Rouwenhorst, Wilhemina
ERFGOED
1905-2000
Rouwenhorst, Wilhemina

Rouwenhorst, Wilhelmina

Dankzij het Universiteitsfonds Limburg/SWOL kon een video gedigitaliseerd worden met Wilhelmina Rouwenhorst (1915-2000) in de hoofdrol. Zij was de tweede vrouwelijke hoogleraar aan deze universiteit. Ruim een jaar na haar pensioen in mei 1980 werd de 66-jarige Rouwenhorst per 1 juni 1981 bij Koninklijk Besluit tot buitengewoon hoogleraar Gezondheidsopvoeding- en Voorlichting (GVO) aan de Rijksuniversiteit Limburg benoemd, mede dankzij de bemoeienissen van de Nederlandse Vereniging voor Preventie en Gezondheidsbevordering. Zij werd hiermee de eerste hoogleraar Gezondheidsvoorlichting en -Opvoeding in Nederland. Een jaar eerder had Hans Philipsen (1935), toen bouwdecaan van de Algemene Faculteit, haar als consulent aangetrokken bij de start van de studierichting Sociale Gezondheidkunde. Deze, voor Nederland, experimentele opleiding kende toen drie programma’s: verplegingswetenschap, beleid en beheer van gezondheidsvoorzieningen, en gezondheidsvoorlichting en -opvoeding.

Rouwenhorst was een van de pioniers op het gebied van de gezondheidsvoorlichting en had al een lange loopbaan achter de rug, toen zij voor de Rijksuniversiteit Limburg ging werken.

Na het eindexamen ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs) te Zeist behaalde zij in 1934 de acte Nuttige Handwerken, en twee jaar later de acte Fraaie Handwerken. Vervolgens werd zij lerares aan de landbouwhuishoudscholen te Goor en te Markelo. In de periode 1948 was zij werkzaam in het nijverheidsonderwijs in Nederlands-Indie, vanaf 1949 Indonesië. Hier vervulde zij diverse leidinggevende functies in het nijverheidsonderwijs; tussen 1952 en 1955 droeg zij bij aan de opbouw van een Indonesische opleiding voor leerkrachten in het nijverheidsonderwijs. Terug in Nederland werd zij van eind 1955 tot in 1963 inspectrice voor de vakopleidingen bij het commissariaat van Ambonezenzorg bij het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. Via een colloquium doctum begon zij in 1958 daarnaast aan een studie Sociale Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Zij haalde haar doctoraalexamen Sociale Wetenschappen in 1968 met de scriptie over Een beschouwing over gezondheidsopvoeding en –voorlichting en de verwerkelijking ervan binnen een veranderend patroon van gezondheidsproblemen en gezondheidszorg. En passant had zij trouwens in 1967 een Master Public Health aan de Universiteit van Minnesota weten te behalen. Ondertussen was Rouwenhorst vanaf medio 1963 ook nog als consulente werkzaam voor gezondheidsvoorlichting en –opvoeding bij de Algemene Nederlandse Vereniging het Groene Kruis, en na samensmelting met de andere kruisorganisaties, bij de Nationale Kruisvereniging. In 1977 promoveerde zij op het proefschrift Leren gezond te zijn? Over de plaats en mogelijkheden van gezondheidsvoorlichting en -opvoeding in de zorg voor gezondheid. Drie jaar later ging zij met pensioen.

Na haar pensioen behield Rouwenhorst haar werklust. Zo bleef zij zich inzetten voor de, overigens mede door haar opgerichte, Nederlandse Vereniging voor Preventie en Gezondheidsbevordering. Maar dat niet alleen. Zij was tevens actief in diverse bestuurlijke functies voor de Nationale Kruisvereniging, het Nederlandse Astmafonds, de Stichting Roken en Volksgezondheid, de Stichting Studiecentrum Integratie Gezondheidszorg, het Sociaal Cultureel Planbureau en de Nederlandse Vereniging voor Rheumatiek-bestrijding. Rouwenhorst was, kortom, een spin in het web op het gebied van gezondheidsvoorlichting en -opvoeding. Zij paste dan ook wonderwel in de plannen die in Maastricht leefden met betrekking tot Sociale Gezondheidkunde. Dat zij naast haar dissertatie betrekkelijk weinig had gepubliceerd, was geen belemmering voor het hoogleraarschap. Haar ‘schrijfenergie’ was volgens haarzelf naast een volledige dagtaak goeddeels verbruikt, en opgegaan in nota’s, discussiestukken en betogen over alle mogelijke aspecten van gezondheidsvoorlichting en -opvoeding.

Het was mede dankzij Rouwenhorsts inzet dat het curriculum van de afstudeervariant Gezondheidsvoorlichting en -Opvoeding tot stand kwam. Bovendien speelde zij de hoofdrol op het eerste congres Gezondheidsvoorlichting en -Opvoeding in oktober 1981 te Maastricht. Dit congres trok maar liefst 600 belangstellenden. Het thema was ‘een beetje mode’, aldus Rouwenhorst. Zij stelde hier dat het wezen van Gezondheidsvoorlichting en -Opvoeding was om mensen actief te betrekken bij de zorg voor hun eigen en andermans gezondheid.1 Betutteling was uit den boze! Haar werk markeerde, aldus Klasien Horstman, begin jaren 80 medewerker aan de vakgroep ‘theorie van de gezondheidswetenschappen’,  het afscheid van het expliciete moralisme en paternalisme en het begin van de verwetenschappelijking van preventie en gezondheidsbevordering.2 Niet de moraal, maar wetenschappelijke inzichten in gezond gedrag moesten leidraad zijn voor preventieve interventies. In 1983 nam zij afscheid als hoogleraar. De Nederlandse Vereniging voor Preventie en Gezondheidsbevordering hield en houdt haar naam hoog met de jaarlijkse Wilhelmina Rouwenhorst Lezing. Op de bijgaande film is haar afscheidscollege ‘Gezondheidsopvoeding en –voorlichting. Quo vadis’ te volgen in combinatie met een uitgebreid interview met haar.

Door Annemieke Klijn

zie ook de video

1 Limburgsch Dagblad, 19-11-1981.

2 Klasien Horstman, K. & Rob Houtepen (2005). Worstelen met gezond leven. Ethiek in de preventie van hart- en vaatziekten. Amsterdam: Het Spinhuis.

 

 

PERSONEN
Albeda, Wil
1925-2014
Drop, Riet
1935-2002
Kuppen, Ine
1945
Rouwenhorst, Wilhemina
1905-2000
Tans, Sjeng
1912-1993
Tiddens, Harmen
1923 - 2002
Wijnen, Wynand
1934-2012
© 2017 Kunst- en erfgoedcommissie, Universiteit Maastricht