Gebrandschilderde ramen in de Statenzaal van het voormalige Provinciehuis
ERFGOED
Joep Nicolas
Gebrandschilderde ramen in de Statenzaal van het voormalige Provinciehuis

Door Annemieke Klijn en Judith Van Puyvelde

Nicolas’ glazen en de Universiteit Maastricht

De Statenzaal van het voormalige Gouvernementsgebouw is van bijzondere historische betekenis - niet alleen voor de geschiedenis van Limburg, maar ook voor die van de Universiteit Maastricht. Het was in deze zaal dat het idee voor de oprichting van een universiteit in Maastricht vorm kreeg: op 28 december 1965 kwam de Stichting Wetenschappelijk Onderwijs Limburg (SWOL) hier voor het eerst bijeen. De SWOL was een politieke lobbygroep die ‘Den Haag’ in 1969 wist te overtuigen om een universiteit in Maastricht te openen. In 1986 kocht de Universiteit Maastricht, toen nog Rijksuniversiteit Limburg geheten, dit ‘paleis van schone kunsten’ aan voor de huisvesting van het College van Bestuur en de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Sinds 1998 gebruiken alleen nog de juristen dit fraaie gebouw, dat als een van de belangrijkste werken wordt beschouwd van Rijksbouwmeester Gustav Cornelis Bremer (1880-1949). In deze spotlight richtten we ons op de schitterende ramen in de Statenzaal die door Eric Bleize speciaal voor deze gelegenheid in kleur zijn gefotografeerd, waardoor deze bijzondere ramen goed tot hun recht komen.

Het voormalige Gouvernementsgebouw

De architectuur van het in 1935 geopende Gouvernementsgebouw is beladen met symbolische betekenissen. Zo symboliseert de 46, 4 meter hoge toren, waarbij Bremer zich vermoedelijk door het Palazzo Pubblico van Siena had laten inspireren, de relatie van de jonge, zuidelijke provincie Limburg tot de Nederlandse staat. Op de website van de Kunst- en Erfgoed Commissie is onder de button “Gebouwen” meer te lezen over dit bijzondere gebouw, waaraan vele Limburgse kunstenaars waren betrokken. Eén van hen was Joep Nicolas (1897-1972), telg uit een beroemde glazeniersfamilie te Roermond, die ‘met groote liefde voor zijn gewest en met groote kunstzin’ zes grote gebrandschilderde ramen maakte. Naar eigen zeggen wilde Nicolas met deze ramen een beeld te geven van ‘het groeien van Limburg als cultuurcentrum en als staatskundig complex’. Een wel zeer toepasselijke entourage dus, deze Statenzaal, bij de eerste vergadering van de SWOL, die naar een universiteit streefde in de hoop het culturele, intellectuele én sociaaleconomische klimaat van Limburg te verbeteren.

Wie was Joep Nicolas?

Vooraleer meer in detail op de gebrandschilderde ramen in te gaan, is het van belang om kort bij het leven en werk van Nicolas stil te staan. Joep Nicolas kwam uit een glazeniersfamilie. De N.V. Atelier Glasschilderkunst Frans Nicolas en Zonen werd in 1855 opgericht in Roermond door zijn grootvader Frans Nicolas (1826-1894). Het glazeniersbedrijf specialiseerde zich in het maken en restaureren van glas in lood ramen. Het voorzag vele kerkgebouwen, maar ook publieke en private gebouwen van ramen in Nederland, buurlanden België en Duitsland, Verenigde Staten, Engeland en andere landen. Atelier Nicolas was een familiebedrijf voor drie generaties. Dat Joep in de voetsporen van zijn vader en grootvader trad, lag aanvankelijk niet voor de hand. Hij ging filosofie en kunstgeschiedenis studeren in Fribourg (Zwitserland), maar gaf de studie al vrij snel op. Vervolgens begon hij aan een studie rechten in Amsterdam, maar ook die rondde hij niet af. Hij voelde zich daar meer op zijn plaats bij de Rijkskunstnijverheidsschool, waar hij tekenlessen volgde. In de voetsporen van zijn vader en grootvader richtte Nicolas zich uiteindelijk toch weer op het ambacht van glazenier. Hij experimenteerde met nieuwe glastechnieken zoals de opaline en vermurail techniek. Opaline is een dun, transparant melkglas. Een vermurail is een muurmozaïek opgebouwd uit gebrandschilderde glasscherven. De verschillende stukjes worden gebrandschilderd op wit melkglas of opalineglas en daarna geplakt op een wand of houten drager. Nicolas verbreedde zijn horizon in Amsterdam en omringde zich graag met vele kunstenaars en auteurs. Hij kwam samen met Charles Eyck (1897-1983) en Henri Jonas (1878-1944) bekend te staan als exponent van de zogenaamde ‘Limburgse school’, waarbij het katholieke gedachtegoed werd uitgedragen en de neiging bestond om Limburg en de Limburgse geschiedenis op een romantische wijze te verheerlijken. De drie ontwikkelden zich tot veelzijdige kunstenaars: naast glazeniers, waren zij tekenaars en schilders. Tijdens het interbellum kregen zij volop opdrachten om religieuze en openbare gebouwen te verfraaien. Nicolas liet zich steeds door een behoudend religieuze beleving van het katholicisme inspireren. Na de Tweede Wereldoorlog nam met de toenemende secularisering de waardering voor Nicolas af.

De ramen in de Statenzaal

 

Nicolas’ behoefte om Limburg en de Limburgse geschiedenis te verheerlijken, is terug te zien in de ramen van de Statenzaal. Het was Nicolas zelf die een toelichting op de glazen schreef. Op het eerste raam is het historische tafereel van Servatius’ komst in Maastricht te zien, en daaronder de stichting van de kerk van Sint Odiliënberg rond 750. Het tweede raam herdenkt de Maastrichtse bisschoppen en viert het ontstaan van het bisdom Roermond onder jurisdictie van het aartsdiocees Utrecht. Het derde raam toont twee historische taferelen: Willibrordus die Susteren ontvangt van Plectrudis en Ailbertus van Antoing die onder het toeziend oog van drie engelen Rolduc sticht. Ook het vierde raam toont twee historische taferelen: de stichting van Thorn door de heilige Hilsondis in 992 en, daaronder, de stichting van Roermond door een gift van graaf Gerard van Gelder aan zijn moeder Richardis van Wittelsbach, begin dertiende eeuw. Op het vijfde raam is het wapen van Limburg te zien en hoe dat is samengesteld uit diverse stukken hertogdommen, graafschappen en heerlijkheden, waarbij Nicolas nog de wapens van Maastricht en Thorn toevoegde. Verder staan op dit raam drie wapens, die de historische oorzaak van de wording tot Nederlandse provincie aanduiden, namelijk het wapen van de 15 gewesten van 1567, het Franse keizerlijke wapen en het wapen van koning Willem I, die weer de 17 gewesten onder zijn gezag verenigde. Daar weer onder maakte Nicolas een groot wapen van het huidige koninkrijk Nederland, waaraan hij de blazoenen had toegevoegd van de zeven gouverneurs die Limburg tot dan had gekend. Op het zesde raam, tenslotte, staat Norbertus en daarnaast Waleran van Valkenburg als kruisridders voor Jeruzalem; daaronder maakte Nicolas een historisch tafereel over het vredestraktaat van Venlo, waarbij Gelder overging in de macht van Karel V.

 

Nicolas de ramen in opdracht gemaakt. Op het tweede raam bracht hij drie allegorische figuren aan: Licht, Kracht en Warmte met de opdracht: “Dit zestal ramen werd aan het Gouvernement geschonken door de Provinciale op het Limburgsche Electriciteits-Mij.”
Voor deze grote opdracht ontving Nicolas f 2000, --, inclusief materiaal- en plaatsingskosten.

Met de ramen die Nicolas maakte voor de Statenzaal werd zijn jarenlange bijdrage aan de glazenierskunst erkend. In juli 1935 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau vanwege zijn ‘groote liefde voor zijn gewest’ en zijn ‘groote kunstzin’, waarmee hij deze ramen had gemaakt.

Nog meer te lezen hierover bij het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg

© 2021 Kunst- en erfgoedcommissie, Universiteit Maastricht